Nederland moet ontwikkelingsland willen zijn

Hugo von Meijenfeldt

Senior Sustainability Advisor bij Global Compact Netwerk Nederland

Ondernemers vinden het waardevol om voortdurend uitdagingen aan te gaan, om zich te ontwikkelen en om zich opnieuw uit te vinden. Bij politici ligt dat gevoeliger. Dan denken zij opeens een ontwikkelingsland te leiden. Dat woord is gereserveerd voor arme landen. Nu Nederland op veel terreinen op een lage plaats van de Europese ladder terecht is gekomen is er alle reden hierover anders te denken.

Op welke terreinen moet Nederland zich ontwikkelen? Het antwoord komt jaarlijks van het CBS in zijn Monitor Brede Welvaart/SDG+. Niet kijkend naar de plaats op Europese ranglijsten, maar naar de absolute afstand tot de doelen die door alle regeringsleiders in 2015 voor hun landen zijn vastgesteld, zijn er voor ons veel uitdagingen: de armoede c.q. schuldenproblematiek halveren, de voedselproductie matigen tot een schone bodem-, lucht- en waterkwaliteit, kinderen tot 2 jaar meer vaccineren en de gezonde levensverwachting bij vrouwen verlengen, het aandeel van vrouwen in hoger onderwijs en managementposities verhogen, het aandeel zoet water die aan de kwaliteitsnormen voldoet vergroten, de afhankelijkheid van fossiele energiebronnen verkleinen, de emissies per inwoner van CO2, geluid en gevaarlijk afval structureel verlagen, de betaalbaarheid van huur- en koopwoningen versterken, de oppervlakte natuur van goede kwaliteit vergroten, meer politie, aandacht voor jeugd en beter bestuur.

Tot nu toe kwam het kabinet niet verder dan een samenvatting van wat er allemaal al gebeurt. Het kon zijn dat het bestaande beleid ambitieus genoeg was, maar op veel terreinen was er een tekort. Het onwrikbaar gedetailleerd Regeerakkoord liet geen nieuw beleid toe. De onderhandelingen zouden tot een dun nieuw Regeerakkoord op hoofdlijnen moeten leiden. Het huidige demissionaire kabinet heeft de Tweede Kamer voorgesteld dat er maar twee zinnen in hoeven: (1) Er komt een ambitieus Nationaal Duurzaamheidsprogramma. (2) Het trekkerschap verhuist van Buitenlandse Zaken naar een ministerie met brede binnenlandse taken. 

Hoewel er een complete radiostilte over de onderhandelen heerst, hebben de twee informateurs toch al wat onderwerpen genoemd: woningnood, klimaat, stikstof, onderwijs, bestuurscultuur, ondermijnende criminaliteit, e.d. Dat gaat richting de lijst van het CBS. Of daar een rangschikking volgens de SDG’s en de twee bovenbedoelde zinnen uit komen zal niet van de twee informateurs verwacht mogen worden. Dat zal van de onderhandelende partijen moeten komen.

Volgt hier nu uit dat Nederland ook ontwikkelingshulp van andere landen moet gaan vragen? Met een gemiddeld netto-vermogen van bijna € 129.000 per persoon staat Nederland op de vierde plek in de ranglijst van rijkste landen ter wereld. Dan moet het toch zo te organiseren zijn dat alle betrokken partijen de duurzame doelen halen door een interne verschuiving van eigen geld: bedrijven die hun missie, doelen en rapportages aanpassen, financiële instellingen die alleen onder die voorwaarde geld verschaffen en de overheid die dit fiscaal honoreert.