Financiering van de ‘Decade of Action’

Lievijne Neuteboom

Bestuurslid van het SDG Young Leaders Network

In de ‘Decade of Action’ staat ons als wereld de taak te wachten om de ontwikkeling en implementatie van duurzame oplossingen voor onze grootste uitdagingen te versnellen. Ook de financiële sector heeft hierin een rol te spelen. De oplossingen voor duurzame vraagstukken moeten immers gefinancierd worden. De EU heeft alleen al in energiesystemen een jaarlijkse extra investering van ongeveer 350 miljard euro nodig om haar doelstelling voor 2030 te halen. Deze doelstelling is om de uitstoot van broeikasgassen met minimaal 55% te verminderen in 2030 ten opzichte van 1990. Daar bovenop komt nog de 130 miljard euro die nodig is om klimaatbestendigheid te versterken en het verlies aan biodiversiteit en bredere aantasting van het milieu te keren. [1]

Duurzame financieringsstromen

Er is grote behoefte aan afstemming van financiële bronnen – publiek, privaat, nationaal en multilateraal – om de EU op het niveau te brengen waar zij moet zijn. Daarom hebben de financiële sector en beleidsmakers de afgelopen jaren hun inzet vergroot om zo de financieringsstromen naar de overgang van een duurzame economie te helpen verbeteren. Tijdens de COP26 hebben meer dan 160 financiële instellingen, met meer dan 70 miljard USD aan activa, hun krachten gebundeld via de ‘Glasgow Financial Alliance for Net Zero’ (GFANZ), met als doel de wereldeconomie naar net zero te sturen en de doelstellingen van het Parijs akkoord te bereiken. Financiële instellingen hebben zich gecommitteerd aan het formuleren van op wetenschap gebaseerde korte- en langetermijndoelstellingen voor het behalen van net zero voor 2050. [2] Dit is een positieve ontwikkeling. Hieruit blijkt dat deze financiële instellingen zich inzetten voor  het faciliteren van de duurzaamheidstransitie.

Op het niveau van de beleidsvorming, heeft de Europese Commissie in juli 2021 een ambitieus pakket maatregelen aangenomen om duurzame financieringsstromen te helpen verbeteren. [3]  De maatregelen zijn bedoeld om een heroriëntatie van investeringen in de richting van meer duurzame technologieën en bedrijven mogelijk te maken, en moeten de EUhelpen om klimaat- en milieudoelstellingen te bereiken. Onder deze maatregelen is de EU-taxonomie een belangrijke. Deze voorziet in een wetenschappelijk onderbouwde en gemeenschappelijke definitie van welke economische activiteiten als duurzaam worden beschouwd. Daarnaast zal openbaarmaking van duurzaamheidsgegevens informatie opleveren om weloverwogen duurzame beleggingsbeslissingen te nemen. Tenslotte moet de ontwikkeling van beleggingsinstrumenten, waaronder duurzaamheidsbenchmarks, -normen en -labels, het voor financiële instellingen gemakkelijker maken om hun beleggingsstrategieën af te stemmen op de klimaat- en milieudoelstellingen van de EU.

 

ESG risico’s

Hoewel de meeste van deze maatregelen gericht zijn op de investeringsmogelijkheden die voortvloeien uit de transitie, moet de financiële sector ook aandacht besteden aan de risico’s die aan een dergelijke overgang of het ontbreken daarvan verbonden zijn. Financiële instellingen kunnen worden beïnvloed door zowel fysieke als transitiegerelateerde duurzaamheidsrisico’s (vaak aangeduid als ESG – milieu-, sociale en governance – risico’s), hetzij rechtstreeks, hetzij via hun bedrijfsactiviteiten. Fysieke risico’s – zoals klimaat- en weergerelateerde gebeurtenissen, vernietiging van het milieu en verlies van ecosysteemdiensten – zullen vaker voorkomen en extremer van aard worden als de transitie langzaam vordert. De transitie op zich kan echter ook risico’s met zich meebrengen, aangezien de uitvoering van beleid, technologische ontwikkelingen en veranderende consumentenvoorkeuren ertoe kunnen leiden dat bepaalde economische activiteiten niet meer concurrerend zijn of worden afgebouwd. ESG-risico’s hebben daardoor het potentieel om zich te materialiseren in financiële risico’s op vele niveaus en over meerdere, waaronder lange termijn horizons. Een adequaat en effectief beheer van dergelijke risico’s wordt daarom in toenemende mate een voorwaarde voor financiële instellingen. Dit helpt ze om veerkrachtig te blijven tegen de bepalende mondiale uitdagingen van onze tijd.

Financiële instellingen moeten dus overwegen hoe ze hun financiering kunnen afstemmen op het Parijs akkoord en de Sustainable Development Goals, terwijl ze het opbouwen van ESG-risico’s vermijden. Wanneer ze dit doen, zullen ze in staat zijn om hun potentieel te ontsluiten  om de ‘Decade of Action’ effectief te financieren.