Een Drietal Drijfveren Versnelt Duurzaam Ondernemen

Marco Swan

Program Manager, Global Compact Network Netherlands

De pendulum is omgeslagen; het is nu een groter risico voor bedrijven om achter te raken op het gebied van duurzaamheid, dan om koploper te zijn. Een drietal drijfveren versnelt duurzaam ondernemen nog meer in dit beslissende decennium: de juridisering van duurzaamheid, ‘purpose-driven’ jong talent en duurzame financieringsstromen.

 

Na een valse start van wat door de VN Secretaris-Generaal de ‘Decade of Action’ is genoemd, en dat terwijl we in het reine komen met het feit dat we moeten leren leven met COVID-19, is het duidelijk dat de enige manier voor de mensheid om vooruit te komen, is door te gaan leven binnen ecologische en sociale grenzen. Met nationalistische en populistische krachten die de (geo)politiek over de hele wereld destabiliseren, kijkt de samenleving naar het bedrijfsleven om leiderschap te tonen. Er zijn hoopvolle tekenen dat we aan de vooravond staan van een versnelling van het duurzaam bedrijfsleven richting het bereiken van een kritische massa in de wereldeconomie. [1][2]

 

Juridisering van Duurzaamheid

Vanuit een risicoperspectief is de juridisering van duurzaamheid prominent geworden. Er is nieuwe wetgeving die zowel in de nationale parlementen als mede in de EU wordt geïntroduceerd, en een spervuur van milieu- en sociale rechtszaken die burgers tegen bedrijven aangespannen, worden verwachten. Vanaf 2023 zal de EU Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) veel bedrijven verplichten om te rapporteren aan de hand van ESG-statistieken, en deze extern te laten controleren. Dit zal stakeholders helpen om bedrijven te evalueren en aan te moedigen om duurzamer te worden. Recente rechtszaken laten zien dat bedrijven de verantwoordelijkheid hebben om mensenrechten tot diep in hun supply chain te beschermen, zelfs als overheden dat niet genoeg doen. We kunnen wereldwijd vergelijkbare juridische stappen verwachten tegen bedrijven en financiële instellingen met het gebruik van dit argument voor zowel milieu- als sociale verantwoordelijkheden.[3][4]

 

‘Purpose-driven’ Jong Talent

Er vindt een grote verschuiving plaats wat betreft carrièrekeuzes. Jonge generaties zijn ‘purpose-driven’ en dit heeft een directe impact op het aantrekken en behouden van talent. We zien dat olie- en gasbedrijven kampen met een tekort aan arbeidskrachten. Volgens een recente enquête wil meer dan de helft van de werknemers in die sector overstappen naar de hernieuwbare energie-industrie en bij de werving blijven de sollicitaties per vacature laag. Tegelijkertijd betekent dit dat bedrijven die duurzaamheid in hun kern omarmen, in staat zijn om de beste en slimste mensen aan te trekken zonder de hoogste prijs te hoeven betalen. Generatie Z is de eerste generatie die prioriteit geeft aan positieve impact boven het salaris.[5][6]

 

Duurzame Financieringsstromen

Wereldwijde ESG-activa liggen op schema om in 2025 meer dan $53 miljard waar te zijn, wat neerkomt op meer dan een derde van de $140,5 miljard aan verwachte totale activa onder beheer. Volgens het Climate Bonds Initiative (CBI) wordt 2021 een recordjaar met het bereiken een half miljard aan jaarlijkse beleggingen in groene obligaties. De Europese taxonomie en ‘Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR)’ zullen samen met andere taxonomieën over de hele wereld gericht zijn op het voorkomen van greenwashing in duurzame financiering. Vanaf 2022 moeten beleggers die fondsen aanbieden in Europa die als “ecologisch duurzaam” worden omschreven, uitleggen hoe en in welke mate zij de taxonomie hebben gebruikt bij het bepalen van de duurzaamheid van de onderliggende beleggingen. Op deze manier zullen grote investeerders bedrijven uit de particuliere sector meer aansporen om klimaatverandering, diversiteit en andere belangrijke maatschappelijke uitdagingen aan te pakken.[7][8][9]

Duurzaamheid is niet alleen een morele verplichting, maar het is ook zakelijk verstandig. Bedrijven die snel handelen, hebben de grootste concurrentievoordelen. Voor degenen die niet of te langzaam stappen zetten, is de kans groot dat ze niet meer bestaan in het volgende decennium.